AI in de uitvaartbranche: kans, hulpmiddel of grens?
We waren op een training en netwerk event van RememberMe over AI en rouwverwerking. Niet omdat we er al een mening over hadden, maar omdat we nieuwsgierig waren. Wat doet technologie met een van de meest menselijke ervaringen die er is?
We kwamen er gemengd uit.
Wat ons bijbleef was niet een kant-en-klaar product, maar een richting. Waar naartoe gewerkt wordt. Apps waarmee je met drie minuten filmmateriaal een AI-personage kunt creëren van iemand die er niet meer is. Dezelfde stem. Hetzelfde gezicht. Na het overlijden nog steeds "aanwezig".
We begrijpen de gedachte erachter. Verlies is ondraaglijk. En als technologie een brug kan slaan over die leegte, dan begrijp je waarom mensen daar naar grijpen.
Maar wij vinden het te ver gaan.
Niet vanuit een conservatief "zo hoort het niet" gevoel. Maar vanuit iets wat dieper zit. Iemand mag ook rusten, iets in stand houden wetende dat het niet echt is voelt een beetje onethisch en als een soort heiligschennis. En nabestaanden mogen, moeten misschien wel, echt rouwen. Verwerken dat het over is. Dat is geen straf, dat is onderdeel van leven. Een AI-versie van iemand houdt die verwerking tegen. Het stelt het echte afscheid uit, oneindig lang.
afbeelding gemaakt met AI
Maar grief tech is niet één ding.
Diezelfde middag spraken we ook over foto's die worden omgezet naar korte bewegende clips. Een stilstaand portret dat even tot leven komt. En dat vonden we mooi. Niet omdat het "echt" is, maar omdat het een herinnering een nieuwe dimensie geeft zonder te doen alsof iemand er nog is.
Dat is het verschil dat ons bezighoudt. Technologie die een herinnering verrijkt, prima. Technologie die de grens tussen aanwezig en afwezig vervaagt, daar worden we voorzichtig van.
Als uitvaartfotografen werken we met wat er is. Een hand die wordt vastgepakt. Een blik. Een traan die niet wordt weggeveegd. We leggen vast wat zich aandient, niet wat we construeren.
AI kan een stem namaken. Een gezicht. Een manier van schrijven. Maar het legt niets vast, het maakt iets na. En dat is een wezenlijk ander ding.
De vraag die ons het meest bezighoudt na die middag: wanneer wordt een herinnering een reconstructie? En wat doen we daarmee?
— Voortman & Baumhauer

